header image

Samenvattingen middagsessies Hygiëneforum 2017

Middagsessie 1: Hygiëne thuis

Het middagprogramma 'hygiëne thuis' liet zien dat het in de woonomgeving nog vaak mis kan gaan, en dat we samen moeten werken aan betere communicatie over het belang van goede hygiëne.

Na een korte introductie van de moderator, prof. dr. Sally Bloomfield, gaf prof. dr. Dirk Bockmühl (Rhine-Waal Universiteit) het belang van de Cirkel van Sinner aan in het wassen van textiel. De factoren tijd, beweging, chemie en temperatuur zijn allen van belang voor een schoon resultaat. Toch gaat het nog vaak mis bij de consument, wat gezondheidsrisico's met zich mee kan brengen. De uitdaging is dan ook om via simpele, voorzichtige communicatie naar media en de consument het belang van hygiëne uit te dragen.

Dr. Federico Pacini (Reckitt Benckiser) ging door op het wassen van textiel door consumenten. Er bestaan tussen landen grote verschillen in het gedrag van consumenten op het gebied van wasmiddelgebruik, temperatuur en het type wasmachine. Een overeenkomst is echter het probleem op het gebied van hygiëne: het vormen van biofilms op plekken waar de consument moeilijk bij kan komen. Aan de hand van onderzoeksresultaten toonde dr. Pacini het belang van een balans tussen temperatuur en de hoeveelheid wasmiddel, om zo het ontstaan van deze biofilms (en daarmee vieze geuren) te voorkomen.

Rowshonara Syeda (Public Health England) toonde een voorbeeld van effectieve communicatie over hygiëne aan kinderen: het e-bug project. In samenwerking met de Europese Commissie is uit dit project een lesprogramma voor kinderen voortgekomen, om kinderen goed te informeren over het voorkomen van infecties door goede hygiëne. In de ervaringen met het lesprogramma in verschillende Europese landen blijkt dat kinderen in de praktijk ook daadwerkelijk meer op hygiëne gingen letten.

Als afsluiting gaf Ghislaine Mittendorff (NVWA) inzicht in hoe een autoriteit omgaat met hygiëneproblematiek, die steeds meer gericht is op gedragsverandering. Als goede hygiëne eenmaal in je systeem zit, voer je het overal uit: zowel thuis als op het werk. Al blijft het lastig om deze gedragsverandering te stimuleren: is hygiëne misschien niet 'sexy' genoeg?

Middagsessie 2: Gezondheidszorg

Infectiepreventie is misschien nergens zo belangrijk als in de gezondheidszorg, waar patiënten zeer vatbaar zijn voor infecties. Bovendien hebben we steeds vaker te maken met resistentie tegen antibiotica. Het voorkomen van (overmatig) gebruik van antibiotica speelt hierbij een belangrijke rol – en daarmee dus ook het voorkomen van verspreidingen van infecties.

Prof. dr. Kluytmans (Amphia Ziekenhuis Breda, UMC Utrecht) illustreerde het belang van standaardisatie, transparantie en continue verbetering in infectiepreventie-strategieën. Via de Infection Risk Scan (IRIS) methode kan op een objectieve manier de status van infectiepreventie op bijvoorbeeld een ziekenhuisafdeling gemeten worden. Aan de hand van deze informatie kan de infectiepreventiestrategie continue verbeterd en geoptimaliseerd worden.

Innovatie speelt een belangrijke rol in het verbeteren van hygiëne in de gezondheidszorg. Dat concludeerde Rita Brouwer (Alpheios), die onderscheid maakte tussen technische en sociale innovaties. Samenwerking met meerdere relevante partijen speelt een sleutelrol in het vinden en toepassen van innovaties.

Dr. Merel Langelaar gaf als laatste spreker de rol van de inspectie aan: het toetsen op het opvolgen van infectiepreventierichtlijnen. Ook vanuit handhaving wordt geconcludeerd dat in ziekenhuizen nog flinke stappen gemaakt kunnen worden op dit gebied. Zo moet er beter gecontroleerd worden op mogelijke besmettingen met resistente bacteriën, moeten de isolatieprocedures worden verbeterd en moet reiniging en desinfectie beter georganiseerd en uitgevoerd worden.

Middagsessie 3: Agrarische- en voedingsmiddelensector

Hoewel in Nederland en Europa hoge hygiënestandaarden zijn vastgesteld in de voedingsmiddelenindustrie, blijkt dat het van belang is om continue te werken aan het waarborgen van deze standaarden.

Dr. Bernhard Meyer (Ecolab) ging de discussie met de aanwezigen aan: welke hygiëneprocedures worden het meest toegepast, en zijn ze wel effectief? Het gaat nog wel eens mis bij het vergeten van alle niet-zichtbare onderdelen van machines en tanks. Terwijl het ook hier gaat om doelgerichte hygiëne: desinfecteren op de meest kritische punten, en verder op regelmatige basis ‘schoonmaken’. Om resistentie tegen een biocide te voorkomen is het tevens van belang om geen tussenweg te zoeken: óf schoonmaken, óf goed desinfecteren – een tussenweg biedt een bacterie de mogelijkheid zich aan te passen en resistent te worden.

Geert Hulpia (Cid Lines) liet een praktijksituatie bij een melkboer zien en toonde aan dat de menselijke factor van enorm belang is in het waarborgen van hygiënestandaarden. Zo kunnen lage melkprijzen ervoor zorgen dat een boer steeds meer moeite heeft met het in stand houden van de hoge standaarden. En ook hier is het goed opleiden van het personeel van cruciaal belang.

Gerrit van Sijpveld (Diversey) en Peter Derks (XPERT In Control) sloten de sessie af met een ‘good practice’. In een samenwerkingsverband tussen leverancier, klant en een modern internetplatform hebben zij een systeem ontwikkeld om de hygiënesituatie tot in detail te kunnen analyseren. De resultaten hiervan kunnen vervolgens gebruikt worden om procedures, systemen of producten aan te passen en de situatie verder te verbeteren.

Middagsessie 4: Institutionele schoonmaak

Scholen, kantoren en bibliotheken; stations, sportclubs en horecagelegenheden; mensen komen elkaar overal tegen. En waar mensen elkaar tegenkomen is goede hygiëne van groot belang. In de middagsessie ‘institutionele schoonmaak’ ging het over het bereiken van een goede hygiene en het borgen daarvan: hoe controleer je kwaliteit en hoe stuur je op verbeteringen?

Als eerste spreker hield Charlotte Michels-Breukers, deskundige infectiepreventie, een pleidooi voor procescontrole in de schoonmaak. Zij gaf aan dat wanneer het schoonmaakproces op orde is, ook de eindresultaten goed zullen zijn. Dit vraagt ook wat van de opleiding van schoonmakers, die op de juiste manier en in de juiste volgorde, dienen schoon te maken. Door het proces te optimaliseren komen ook de eindpunten op het juiste niveau uit.

Peter Hamers, Self Service Solutions Specialist bij AAFM Facility Management en lid van de Commissie Kwaliteitszorg van VSR, gaf juist aan dat de eindcontrole onontbeerlijk is voor grip op schoonmaakkwaliteit en het borgen van voldoende hygiene. Hij gaf aan dat de verbetering van processen, bij voorbeeld door betere scholing, zeker bijdraagt aan een goed eindresultaat, maar dat het in minder complexe schoonmaakomgevingen eigenlijk niet nodig is.

Voor Peter Molenaar, deskundige infectiepreventie en verbonden aan het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV) en de Landelijke Coördinatie Infectieziektenbestrijding, is de centrale rol van schoonmaak bij het voorkomen van infectieziekten nog geen uitgemaakte zaak. Volgens Molenaar is met name handhygiene de kritische factor. Maar goede schoonmaak werkt wel als een soort multiplier op het effect ervan, wat samen met het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen een enorme verbetering geeft in de resultaten bij het voorkomen van een uitbraak van infectieziekten. Uiteindelijk pleit ook Molenaar voor het gebruik van je gezond verstand; daarbij helpt het als schoonmakers goed zijn opgeleid, zodat ze gemotiveerd kunnen afwijken van afvinklijstjes.

Bert Schulting, senior consultant bij Diversey, kiest voor een circulaire benadering van de het schoonmaakproces. Door telkens de diverse stappen onder de loep te nemen en waar nodig te verbeteren, is er sprake van continue verbetering. Door de evaluatie in het proces in te bouwen kom je telkens terug bij het verbeteren van kwaliteit. Het blijft natuurlijk belangrijk om dit terug te vertalen naar de praktijk. Zodat medewerkers zich continue kunnen blijven verbeteren.